Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

De polderbemaling in Culemborg.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

Door vuur het water af te tappen;
algemeen;

de Culemborgse Vliet;
noot!  de Nieuwstad;



 

Door vuur het water af te tappen:



klik hier om naar boven te gaan


 

algemeen:

Nootdorp was de eerste polder die met gebruik van stoomkracht (1844-1845) werd drooggemalen.
Het echte grote werk begon rond 1850 met de drooglegging van de Haarlemmermeer met behulp van drie gemalen die elk een capaciteit kregen van driehonderd windmolens.  (bron: absolutefacts.nl)

Maar bij elk begin hoort ook een eind. (bron:   Het stoomgemaal van Tacozijl (D.F.Woudagemaal Lemmer))

In 1911 waren er in Nederland nog 514 stoomgemalen.
De thans nog bestaande stoomgemalen zijn tot beschermde monumenten verklaard op grond van hun waarde uit een oogpunt van technische archeologie. De meeste van deze gemalen hebben een nieuwe functie gekregen als “werkend museum”.

  Voorbeelden hiervan zijn te vinden in ondermeer
Lemmer  (ir. D.F.Woudagemaal),
Medenblik  (stoommachinemuseum “De Vier Noorderkoggen”,
Genemuiden  (gemaal Mastenbroek),
Nijkerk  (gemaal Hertog Reijnout)
en Winschoten  (gemaal Reiderzijl).

klik hier om naar boven te gaan


 

De Culemborgse Vliet:

Waterlast, of dit nu het gevolg was van overstromingen of van een teveel aan regen- en kwelwater was in het rivierengebied de gewoonste zaak van de wereld. Het was heel normaal dat de komgronden vrijwel elke winter onder water stonden.
En ook was men er aan gewend dat de dijken regelmatig - gemiddeld één keer per zes jaar bezweken.
Men beschouwden het het dan ook als een onoverkomelijk natuurverschijnsel.

Culemborg had echter nog een bijkomend probleem:  namelijk de Diefdijk, welke de huidige Vijfheerenlanden moest beschermen tegen het Gelderse overstromingswater en waartoe de grootgrondbezitters aldaar in 1284 hadden besloten, omdat het water bij doorbraken meestal hier naar toe stroomde.

Al dit overstromingswater moest daarna net als het kwelwater via de Culemborgse Vliet, welke deels langs de Diefdijk gegraven was naar de lager gelegen Linge nabij Asperen worden afgevoerd. Deze afwatering op de Linge was gezien de grote peilverschillen nog al grillig en ging niet altijd even goed, waardoor het Culemborgse Veld alsnog regelmatig onder water kwam te staan.

Door deze matige waterbeheersing in die tijd was het hier dan ook vrij drassig.

De polders in het 2276 ha grote polderdistrict Culemborg (Vroeger: het Gemeene land van Culemborg geheten) hadden daarom een gemeenschappelijke bemaling.
Op die manier was het Gemeene land van Culemborg zelfs de polder met de meeste molens in Gelderland,
Daarbij behoorde ook de hierna genoemde vier achtermolens op de Molenkade.
zie  indien gewenst het subonderwerp "De scheprad van de wind(water)molen" van het onderwerp "Windmolens" behorende bij het onderdeel "functionele vormgeving - typologieën".


 

Gezien de grillige afwatering op de Linge was de combinatie stoomgemaal-centrifugaalpomp de oplossing en daarom werden tussen 1880 en 1900 werden alle grote windgemalen op de Linge opgeruimd en vervangen door stoomgemalen.
De hierboven beschreven voormolens waaronder die van Jan Blanken uit 1826 waren hierdoor niet meer nodig.

  https://www.voetvanoudheusden.nl - Voetnoot 18

De achtermolens op de Molenkade die het overtollige water in de Vliet moesten opmalen konden dit maar tot zekere hoogte en werden in 1859 overbodig door het nieuwe stoomgemaal bij Acquoy die de waterstand in de Vliet verlaagde.
Het land was daarom hier toen voor landbouw en veeteelt bijna niet bruikbaar, maar het was wel grotendeels geschikt voor griendhout.

Vrijwel alle mensen die hier, door de steeds terugkerende wateroverlast, nog woonden werkten daarom in de grienden en moesten de hele dag, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat hout hakken, aandragen en sorteren.
Waarna het met schouwen werd afgevoerd naar een verharde weg waar het met wagens en karren weer werd opgehaald.
Het rijshout van de grienden werd (zoals nu nog steeds) gebruikt voor zinkstukken als ondergrond van de nieuw aan te leggen dijken en kribben langs de grote rivieren;
de toppen werden voor droging opgebost om ze daarna te verkopen aan de bakkers uit de omtrek als hout voor hun oven
en de tenen werden hier vooral gebruikt door Van Hoytema om er manden van te maken.
zie  voor Van Hoytema indien gewenst het subonderwerp "Het eerste Culemborgse industrieterrein" van het onderwerp "De bedrijvigheid in de nieuwe westerse wereld van Culemborg" behorende bij dit onderdeel.
klik hier om naar boven te gaan


 

Noot!  de Nieuwstad:

Deze enorme steeds terugkerende wateroverlast had tevens als gevolg dat het gebied aan deze zijde van de Diefdijk ontvolkt raakte.
Meerdere gehuchten werden verlaten en voor deze ontheemden verrees hier voor hun huisvesting het nieuwe stadsgedeelte - de Nieuwstad. Culemborg was vroeger, net als vele andere Gelderse steden, ommuurd door een stadsmuur met poorten
zie  het subonderwerp "Verdedigingstorens" van het onderwerp "Traditionele torens" behorende bij het onderdeel "functionele vormgeving - typologieën".
welke s’avonds om 10 uur sloten voor de nacht om pas de volgende ochtend weer open te gaan.
Als waarschuwing luidde dan de kerkklok voor met name de nieuw gekomen boeren in de Nieuwstad die zich nog buiten de stad bevonden.

Het was voor hun een aansporing om naar huis te gaan, nog even lekker een bordje pap te eten en veilig binnen de stadsmuren te gaan slapen. Vandaar de naam papklok.

Ondertussen is de stadsmuur grotendeels verdwenen en de stadspoort gaat 's avonds natuurlijk allang niet meer dicht, maar de papklok luidt nog steeds (sinds het jaar 1506 om precies te zijn) elke avond;  een traditie die de Culemborgers graag in ere houden.

Het handjevol boerenhuizen dat in het veld bleef, stond al voor die tijd op terpen die op den duur, door inklinking als gevolg van peilverlaging door de bemaling, nog fors moesten worden opgehoogd.
 

Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 28-09-2022   (16-03-2026 de Culemborgse Vliet en de Nieuwstad)

 

 
klik hier om naar boven te gaan